Zelfcontrole

door René Diekstra
Rene Diekstra rotated

Aan de singel waar ik woon staan meerdere studentenhuizen. Al geruime tijd wordt door de  bewoners daarvan ook de stoep alsfietspad gebruikt. Dat levert hachelijke toestanden op. Als ik mijnvoordeur uitkom word ik soms bijna  aangereden. Of ze fietsen,van achter komend, rakelings langs me heen wat vaak flinkschrikken is. Boos worden of aanspreken heeft weinig zin. Ze zijnallang weer door. Maar onlangs kwam het wel tot eenconfrontatie. Er zit een bocht in de singel waardoor je niet goedkunt zien wat er aankomt. Terwijl ik daar loop, komt van de andere kant plotseling een fiets aanzetten. De berijdster merkt mijte laat op omdat ze op haar mobiel zit te vingeren. Ik kan nog net opzij springen. Maar zij rijdt van de weeromstuit de stoep af enlaat haar mobiel vallen. Ik zeg geschrokken “Godsamme, kijk tochuit!” Zij legt, niets zeggend, haar fiets op straat, raapt haar mobielop, kijkt of die beschadigd is, zet de fiets weer rechtop en looptweg. “Kun je niet eens sorry zeggen?”, zeg ik. Met haar rug naarmij toe produceert ze een onduidelijk excuus. Ik zie haarvervolgens een eindje verderop haar fiets in een voortuin zetten. Iemand aanspreken op zijn gedrag op straat vind ik verrekte lastigom te doen, – ik voel me dan al gauw zo’n ouwe jeweetwel – maar ik besluit dat nu toch te doen. Ik loop naar haar toe, steekmijn hand uit, krijg een lauwe handdruk terug, noem mijnvoornaam, vertel dat ik ook aan de singel woon en ervan baal datde stoep als fietspad wordt gebruikt. “Helemaal”, wijzend op haarmobiel, “als je ook nog eens daarmee bezig bent.” “Ik weet het” zegt ze, “dat mag ook niet. Maar toch..” “Maar toch”, neem ikover, “doe je het. Gebrek aan zelfcontrole.Toch?” Dan wordt ze opeens bijdehand. “Ja, ik weet heus wel dat u psycholoog bent. Ikstudeer zelf psychologie.” Een gesprek volgt waarin ze verrassend openhartig blijkt. Zelfcontrole of zelfbeheersing is nietalleen in het verkeer een opgave voor haar. “Ik snoep en eet vaakte veel, ga veel te laat naar bed, laat me tijdens het studeren veelte makkelijk afleiden, schuif werkstukken of andere schrijfklussente lang voor me uit, kijk veel te veel Netflix, enzovoorts, enzovoorts”. Dan, met een half-ondeugende glimlach, “Kunt u me dat niet leren, zelfbeheersing?” “Leren ze je dat op de Universiteit dan niet”, is mijn tegenvraag, “Je studeert nota bene psychologie!”. “Nee”, antwoordt ze. “Ze hebben het er wel over, maar ze leren het je niet.” “Dat is een beschamendetekortkoming, zeg ze dat!”, zeg ik. “Want zelfcontrole is een van de belangrijkste bepalers van studiesucces (en geluk!)”. Die avond stop ik het meest recente wetenschappelijkeoverzichtsartikel daarover in haar brievenbus. Prompt de volgende dag kom ik haar weer tegen, op de fiets op weg naar de Universiteit. Over de stoep, dat wel. “Geen mobiel ziet u? roeptze. “Wel”, ‘m omhoog houdend,”dat artikel”.