Een ongemakkelijke waarheid

Mijn column van vorige week over een bevriend echtpaar waarvan de vrouw onlangs overleed na een ALS-ziekbed van maar liefst twaalf jaren, jaren waarin haar man haar dag en nacht onvoorwaardelijk steunde, heeft een groot aantal ontroerende reacties opgeroepen. Trouw tot in de dood en laten gaan in liefde, blijken aanwijsbare werkelijkheden bij heel wat meer stellen waarvan een van de partners aan een dodelijke ziekte lijdt. Maar ik heb ook een aantal confronterende vragen ontvangen. Zoals deze. “Wat vindt u? Is het nobeler om het onheil dat je treft door een ongeneeslijke ziekte geduldig te ondergaan of is het moediger om aan die ellende een einde te maken door jezelf te doden zolang je dat nog kan? Beslis je zelf over je einde of laat je de omstandigheden of je ziekte dat doen?” Het zijn me nogal vragen en eerlijk gezegd ben ik blij dat mijn levenssituatie mij vooralsnog niet dwingt tot ‘daad’werkelijk antwoorden. Maar als dat moment komt, dan hoop ik tot het toenemend aantal mensen te behoren dat wijze en tijdstip van de eigen dood zelf kan en wil bepalen. Waarom dat aantal toeneemt? Allereerst omdat we steeds langer leven. In 2100 zal naar  het zich laat aanzien de levensverwachting ten opzichte van 1900, althans in onze streken, met circa 200 procent zijn toegenomen. Van circa 40  tot misschien wel 120 jaar. Ieder jaar waarmee de levensverwachting boven de 80 of 90 jaar toeneemt, neemt ook zwaarte van de opgave om nog gezond, sociaal bevredigend, zinvol en verantwoord te kunnen blijven leven, toe. En daarmee ook de waarschijnlijkheid van levensmoeheid, van ‘het is genoeg zo’. Levensmoeheid zal steeds vaker het motief voor levensbeeindiging blijken te zijn. Daarnaast verlangen we steeds meer zelfbeschikking op steeds meer gebieden – levensovertuiging, partnerkeuze, kinderkeuze, relatieduur, beroep, vrije tijd, gezondheid en leefstijl. Ook voor levensduur en levenseinde zullen we steeds vaker zelfbeschikking verlangen. Die twee ontwikkelingen tezamen maken dat we steeds minder bereid zullen zijn te accepteren dat we dood gaan als gevolg van domme pech, ongeluk, ziekte, gebrek of geweld. Ook de dood moet zoveel  mogelijk eigen keuze kunnen zijn. Niet alleen wat betreft tijdstip en wijze waarop maar ook wat betreft de ‘aankleding’ ervan – geen standaard uitvaart meer maar een die  vooral uitdrukking is van onze persoonlijke levensgeschiedenis, eigenschappen en voorkeuren. Kortom, we staan op een kruispunt wat sterven en dood betreft. Mede omdat we deze steeds verder  voor ons uit kunnen schuiven en steeds bekwamer worden in het pijnloos en naar wens bepalen ervan, doemt een nieuwe werkelijkheid of waarheid op: zelfdoding, al dan niet met hulp van anderen, zal steeds vaker de geprefereerde doodsoorzaak worden. Een ongemakkelijke waarheid, dat wel. Want we kunnen die afslag alleen maar gerust en veilig nemen als degenen die ons dierbaar zijn daarvoor begrip hebben en de samenleving ons daarvoor gelegenheid en vrijheid geeft. Met andere woorden, met moed, waar de vragensteller naar vroeg, heeft het allemaal weinig te maken.