Dankzij de crisis

Er is over de gevolgen van de corona-crisis inmiddels een hele optocht aan voorspellingen aan ons voorbij getrokken. Een selectie. Door corona zou de gezondheidszorg in elkaar storten, artsen steeds vaker over leven en dood beslissen door voor jong  en tegen dor hout te kiezen, zouden volksopstanden tegen de vrijheidsbeperkende maatregelen de samenleving ontregelen, kinderen niet meer reparabele onderwijsachterstanden oplopen, huiselijk geweld dramatisch toenemen, en het aantal echtscheidingen door het dak gaan. Hoewel er voor geen van deze voorspellingen hard bewijs is, met misschien een ‘lichte’ uitzondering voor huiselijk geweld, hangen ze nog steeds als donderwolken boven ons gemoed en samenleving. Zoals we afgelopen week met het gedoe rondom de avondklok hebben ervaren. Dat heeft alles te maken met de psychologische kenmerken van een crisis. Eenvoudig gezegd is crisis een toestand waarin je niet meer op de gebruikelijke manieren  belangrijke levensdoelen, zoals gezondheid, kunt bereiken terwijl nieuwe manieren (nog) niet beschikbaar zijn of onzeker is hoe effectief die zullen zijn. De combinatie van bedreigde levensdoelen en de onzekerheid over  effectiviteit leidt onvermijdelijk tot verhoogde spanning of stress, zowel individueel, relationeel als maatschappelijk. En tot meer onenigheid. Want niets doen is in een crisis geen optie. Om uit de crisis te komen moet er uitgeprobeerd, geexperimenteerd worden en is tolerantie voor eventuele fouten die daarbij gemaakt worden cruciaal, evenals gelegenheid geven daarvan te leren. Een crisis is daardoor materieel en emotioneel vaak pijnlijk en vraagt offers  waarvan de last dikwijls zeer ongelijk verdeeld is. Maar een crisis kan ook nieuwe perspectieven en oplossingen voortbrengen, die anders nooit of pas na zeer lange tijd zouden zijn gevonden of ontwikkeld. Laat ik echtscheidingen als voorbeeld nemen. Van allerlei kanten is voorspeld dat die door de corona-crisis zouden toenemen. De redenering daarbij is dat wankele relaties door de corona-stress net dat duwtje kunnen krijgen waardoor ze omvallen. Simpel gezegd, als je toch al genoeg van elkaar of de ruzies begon te krijgen,  dan zorgt de hele dag op elkaars lip zitten door de lockdown er wel voor dat de maat nu echt vol raakt. Toch is er voor toename van echtscheidingen geen bewijs, eerder voor een afname. Is dat omdat scheidingen nu uitgesteld worden maar er straks après-crisis een tsunami van losbreekt? Of geldt ook voor partnerrelaties ‘verspil niet de gelegenheden die een goede crisis biedt’. Bij een inmiddels niet meer zo wankel stel uit mijn praktijk maakte juist het feit dat ze veel vaker met elkaar thuis opgescheept zaten, dat ze in gesprek raakten over kwesties waar eerder geen aandacht of tijd voor was. Het ontlokte hem de uitspraak: “Door al onze gesprekken de laatste tijd heb ik ontdekt dat zij vooral mijn beste vriend is. Die wil ik niet verliezen”. Waarop zij heel bijdehand antwoordde: “Als je maar onthoud dat de enige manier mij als vriend te houden is er een te zijn”. Had Nietzsche dan toch gelijk toen hij schreef: “Niet het gebrek aan liefde maar het gebrek aan vriendschap maakt huwelijken ongelukkig?”.

 

 

Photo by bennett tobias on Unsplash

Schoonheid heelt

Het is in de late namiddag. Ik zit al uren intensief te werken aan een lastig wetenschappelijk artikel, maar het schiet niet echt op en tast mijn stemming behoorlijk aan. Ik besluit dat het wel even genoeg is geweest. Terwijl ik mijn laptop dichtklap en opsta, valt mijn blik op het park aan de overkant van de singel waaraan ik woon. En valt mijn mond open van bewondering. De zon schijnt voluit, de lucht is van een wonderschoon lichtblauw, en op de oever en de rest van het park daarachter ligt een schitterende sneeuwlaag. Eerder die middag heb ik wel even opgemerkt dat het begon te sneeuwen maar mijn aandacht is verder uitsluitend naar mijn werk uitgegaan. Terwijl ik een tijdlang gebiologeerd naar de schoonheid daarbuiten sta te kijken, gebeurt er ook iets in mij. Alsof een verlangen ontwaakt. Een verlangen om deze schoonheid op de een of andere manier stil te doen staan, blijvend te maken, iets te doen waardoor ze niet meer verdwijnt of in ieder geval weer opgeroepen kan worden. Is dat waarom mensen zulke beelden als daarbuiten naschilderen, fotograferen, filmen, beschrijven? Is dat ook waarom sommigen van ons muzikale  composities scheppen? Om via de schoonheid daarvan de schoonheid van de wereld of van de natuur, vorm, vastlegging en herhaalbaarheid te geven? Terwijl ik naar buiten kijk, het sneeuwt nog steeds, hoor in mijn hoofd als het ware klanken. Uit  het muzikale werk de Vier Jaargetijden van Vivaldi, het concert getiteld Winter. Al mijn hele leven roept een deel daarvan in mijn fantasie het beeld op van langzaam vallende sneeuwvlokken. Nu ook, ik hoor ze bijna vallen. Merkwaardig, want in het echt maken ze geen geluid. Terwijl de schoonheid daarbuiten me fascineert en bijna ontroert, gebeurt er innerlijk nog iets anders. De ontstemming over het maar niet vlotten van het artikel waaraan ik werk, ebt weg. Het gevaar in mijn vak is dat ik vooral bezig ben met wat in de wereld problematisch is. Met het leed, de tekorten, de manco’s, met wat niet lukt, met de lelijkheid. En daardoor soms onvoldoende oog en oor hebt voor de schoonheid die er ook is. En voor hoe helend, hoe therapeutisch, aandacht voor schoonheid kan zijn. De Engelse schrijver Richard John Jefferies (1848 – 1887) die als  geen ander de schoonheid van de natuur – van wat hij noemt ‘wild life’ – in woorden heeft gevat, zegt het zo: “In de uren die we alleen aan schoonheid besteden, leven we pas echt”. Hoeveel waarheid in die woorden schuilgaat, werd mij duidelijk in een gesprek met een goede vriend die door een ruggemerginfarct grotendeels verlamd is. “Ze vragen me wel eens”, zei hij,” of ik zo nog wel wil blijven leven. Ik ben tot de conclusie gekomen, dat zolang ik schoonheid kan ervaren, in de natuur, in kunst, in muziek, in gesprekken, in herinneringen, ik wil leven”. Starend uit het raam van mijn studeerkamer herhaal ik in stilte zijn woorden. En besluit zijn conclusie te onderschrijven.

 

 

Photo by TORSPOMEDIA on Unsplash

Psychologische routekaart

Een jaar of wat geleden publiceerden haar vader en ik een boek over het leven en de zelfdoding van de 13-jarige Saskia. Als  titel kozen we uit haar dik tweeduizend dagboekpagina’s  deze  uitspraak: ‘Het is net of ik hier niet hoor’. Een zin  waarmee ze kort voor haar dood de problematische relatie typeerde  die zij tussen haarzelf en de wereld ervoer.

Blijkbaar is haar diep verdrietige slotconclusie geweest, dat ze hier – ‘op deze wereld en in dit leven’ – niet thuis hoorde en ook nooit zou horen. Ik heb me sindsdien vaak afgevraagd voor hoeveel jongeren dat geldt en die vraag regelmatig gesteld aan degenen die voor psychologische hulp bij mij kwamen of komen.

Het is altijd weer schrikken als het antwoord van 13- tot 17-jarigen luidt dat ze niet overtuigd ‘ja’ tegen het leven, tegen de wereld, kunnen zeggen omdat ze zich nergens echt thuis voelen. Mijn indruk is  dat dit nu geldt voor een groeiende groep  jongeren als gevolg van de pandemie en de rollercoaster aan maatregelen en levensinperkingen waar ze  voortdurend en zonder duidelijke einddatum of perspectief mee geconfronteerd worden.

De jongeren die ik spreek worstelen ermee door corona niet normaal aan het leven deel te kunnen nemen. Een aanzienlijk deel dreigt geïsoleerd te raken, lukt het niet goed relaties op te bouwen en te onderhouden en daarmee het gevoel te hebben ergens echt bij te horen. Ergens echt thuis te zijn. Behalve gedeprimeerdheid of depressie roept dat ook agressie op. Mogelijk dat ik, door mijn selectieve steekproef, een te somber beeld heb. Maar ik roep op er rekening mee te houden  dat ons heftige corona-naschokken aan psychische problemen onder jongeren te wachten staan. Want de genoemde problemen zijn niet louter belevingen van jongeren.  Van alle groepen zijn het jongeren die door de covid-maatregelen  het hardst in hun persoonlijke en psychologische ontwikkeling  worden geraakt. Hen wordt in feite opgelegd levensvreugde en ruimte af te staan  ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van de oude(re) generaties. En hoewel zij daarvoor weinig anders terugkrijgen dan persoonlijke en psychologische problemen, blijken de meesten toch tot die solidariteit bereid. Bewonderenswaardig. Maar absoluut niet bewonderenswaardig is dat in de covid-routekaart en lange termijn planning niets is opgenomen om bij jongeren de emotionele schade te beperken en psychologische hulpverlening uit te breiden en goed te organiseren.

Toen Freud ooit werd gevraagd wat zijn psychologische inzichten hem zelf hadden gebracht, luidde zijn fantastische antwoord: ‘Het vermogen om met mezelf om te gaan, om me in mijn eigen leven heimisch (thuis) te voelen’.

Dat is wat Saskia niet lukte en wat bij een aantal  jongeren dreigt te mislukken. Dat is ook wat een collega en mij heeft geprikkeld  een cursus psychologie voor jongeren samen te stellen onder de titel   ‘Psychologisch’. Want het is toch niet meer dan ‘logisch’ om juist nu bij  jongeren het vermogen te versterken om thuis, op school, in het leven,  vaardig met zichzelf, hun  gevoelens en  hun gedachten om te  kunnen gaan?

Ahmed Aboutaleb, luister

Waarom lukt het journalisten en commentatoren soms niet de beestjes bij hun naam te noemen? Neem de rellen van afgelopen week. Voortdurend gaat het over jongeren – soms zelfs over deelnemers – die vernielingen aanrichten, plunderen, brandstichten, de politie bekogelen. Maar iedereen kon zien dat het van de jongeren  voornamelijk jonge mannen zijn die zich daaraan schuldig maken. Oftewel, mánnen zijn het probleem. Niet meisjes of vrouwen. Die houden zich afzijdig, blijven na 21 uur thuis of protesteren via geweldloze demonstraties overdag. Dus als de nachtelijke gewelddadigheden en ontoelaatbare vernielingen primair aan mannen toe te schrijven zijn, laten we dat dan ook zo doen. Onderzoek het vanuit die conclusie en pak het probleem ook zo aan. Dat wil zeggen: roep de volwassen mannen op die rellen op de eerste plaats te benaderen als hun verantwoordelijkheid. Dat zeg ik, als man, dus ook tegen mezelf. Wij volwassen mannen doen blijkbaar, in eigen kring dan wel in de gemeenschappen of groepen waar we deel van uitmaken, niet genoeg om te voorkomen dat jongere mannen over de rooie gaan en agressieve impulsen gaan botvieren als hun frustraties en stress in het dagelijks leven oplopen. Terwijl we meesters zijn in het afstraffen daarvan (snelrecht), zijn we blijkbaar imbecielen in het voorkomen dat het zover komt. Als wij mannen iets aan onze zonen, leerlingen en sportpupillen hebben mee te geven, dan is het wel om op een constructieve manier om te gaan met conflicten en te leren verdragen dat sommige conflicten simpelweg niet oplosbaar zijn. De oudere mannen kunnen in dit opzicht  als vader, leerkracht of trainer een goed rolmodel voor de jongere mannen zijn. Veel van de relschoppers en hun meelopers missen zo’n rolmodel, is mijn overtuiging. Een aantal jaren terug was ik voorzitter van een adviesgroep van de gemeente Rotterdam,  waarvan ook (toen nog niet burgermeester) Ahmed Aboutaleb deel uitmaakte. Wij spraken veel met jongeren – en deden onderzoek bij jongerengroepen, ook in achterstandswijken. Veel van de jongens daar groeiden ‘vaderloos’ op. De vader was of afwezig, leverde niet of nauwelijks een bijdrage aan de opvoeding of was een ongunstig rolmodel. Afgelopen dinsdag, na de ernstige rellen in zijn stad, richtte Aboutaleb zich in een videoboodschap tot de reljongeren en gaf ze op een onorthodoxe maar terechte manier van katoen. Vervolgens tot de ouders met “Ouders, ja, u bent er ook nog. Heeft u uw zoon gemist, en afgevraagd waar hij was? Heeft u ‘m ook gebeld ‘kom thuis want het is 9 uur geweest… Heeft u die (geplunderde) spulletjes gezien en gedacht het is normaal dat het zo gaat’”? Wel burgervader, die vragen stellen is ze beantwoorden. Voor veel van die jongens geldt dat hun ouders niet meer functioneren. Van moeder trekken ze zich weinig aan en vader is afwezig. Mijn advies: spoor de ‘vaderloze’ jongens in je stad op, koppel ze ieder voor langere tijd aan een ‘vader’, aan een goed rolmodel. Ik verzeker je dat het je een hoop gelazer gaat  schelen.

 

 

Photo by Alex Young on Unsplash